It’s Mine Review

 

It’s Mine is een tweespelerspel van Unai Rubio in samenwerking met Mont Tàber, een uitgever gestationeerd in Barcelona, en ik kan je nu al wel verklappen dat ik dit een van de leukere spellen voor twee vind van de laatste jaren. Genoeg reden om verder te lezen zou ik zeggen. 

Het is niet heel makkelijk te krijgen, maar als ik het goed heb komt het spel met een nieuwe titel en van een nieuwe uitgever later in het jaar via Kickstarter nogmaals tot ons. Keymaster Games zal het spel, aan het eind van de zomer, als Caper proberen aan de man te brengen. Het spel zal er iets anders uit zien, qua thema is hij ook ietsje aangepast, maar verder speelt het spel, voor zover ik weet, hetzelfde.

Dus denk je dat je het spel, na het lezen van de rest van de tekst hieronder, leuk zou kunnen vinden, hou dan vooral de Keymaster Games website in gaten om de nieuwe editie van It’s Mine, Caper dus, te bemachtigen. Als je in de tussentijd It’s Mine zelf nog ergens tegenkomt schroom dan niet om het aan te schaffen.

Goed, nu weet je eigenlijk al dat ik It’s Mine een heel leuk spel vind, anders zou ik niet zeggen dat je een spel moet kopen als je de kans krijgt, dus als je hier genoeg aan hebt stop gerust met lezen. Wil je nog wat meer weten, dan zal ik hieronder het spel kort uitleggen en daarna snel mijn mening geven.

Het idee van het spel is dat beide spelers een dievenbende leiden en proberen door het juist samenstellen van die bende de stad waar zich alles in afspeelt te controleren. In It’s Mine kun je kiezen uit vier steden en elke stad speelt net weer anders.

Heb je de stad gekozen die je leeg gaat roven, dan schud je de locatie-, actie- en bosskaarten (of baaskaarten) van die specifieke stad door de verschillende stapels met algemene kaarten.

Zo krijg je dus drie stapels kaarten. Een stapel locatiekaarten. Deze kaarten geven aan hoe en hoeveel punten je daar kunt krijgen als je die locatie controleert  aan het einde van het spel en soms heeft een locatie ook een eigenschap. Van deze stapel worden er aan het begin van het spel drie kaarten getrokken en in het midden van de tafel gelegd. De verhouding tussen algemene locaties en specifieke stadslocaties moet 2:1 zijn, of andersom. Nu weet elke speler dus wat hij of zij moet doen om punten te krijgen bij een locatie. Denk bijvoorbeeld aan een locatie waar je vijf punten krijgt en daarbij een punt per blauwe kaart van jou in die locatie, of vier punten en twee punten voor elke set van gele en blauwe kaarten van jezelf.

Als we het over gele en blauwe kaarten hebben, dan praten we over de actiekaarten. Op deze kaarten staat soms dat je punten krijgt tegen een bepaalde voorwaarde, casinofiches krijgt, maskertjes bemachtigd of kunstvoorwerpen binnensleept. Punten lijkt me duidelijk. Casinofiches heb je nodig om bepaalde actiekaarten mee te betalen. Maskersymbolen heb je nodig, omdat diegene met de meeste maskersymbolen aan zijn kant van een locatie, die locatie controleert. En kunstvoorwerpen kun je weer verzamelen om aan het eind van het spel punten mee te krijgen. Elke actiekaart heeft dus ook zijn eigen kleur en elke kleur kaart is eigenlijk ook een apart type kaart. Rood zijn interactieve kaarten waar je een beetje mee kan pesten. Groen gaat veelal om kunstvoorwerpen. Blauw om maskers en dus controle van een locatie. Geel om inkomsten, dus casinofiches, en elke stad heeft ook zijn eigen kleur kaarten die iets typisch voor die stad doen. Barcelona heeft bijvoorbeeld kaarten die je toestaan om de aflegstapel te gebruiken om daarmee kaarten alsnog in het spel te krijgen.

Als laatste heb je dus bosskaarten. Dit zijn de kopstukken van jouw dievenbende en deze kaarten doen ook iets speciaals. Ze geven je soms punten aan het einde van een spel als je aan een bepaalde voorwaarde voldoet (voor elke groene actiekaart eronder een punt bijvoorbeeld), soms geven ze je casinofiches, soms geven ze je maskers als je ook weer aan een bepaalde voorwaarde voldoet en andere maffiabazen geven je weer een speciale actie.

Nu je een beetje weet hoe de kaarten eruit zien en wat ze kunnen kom ik bij het spelen van het spel. Dat is eigenlijk vrij simpel. Het spel bestaat uit zes rondes en afwisselend worden bosskaarten of actiekaarten gespeeld. Je begint met vier bosskaarten op hand, dan een ronde met zes actiekaarten, dan drie bosskaarten, zes actiekaarten, twee bosskaarten en als laatste zes actiekaarten.

Je speelt in je beurt een kaart en geeft de rest door aan je tegenstander. Je speelt weer een kaart en geeft de rest door. Totdat je twee kaarten op hand hebt, dan speel je er een en leg je de laatste kaart af. Draften heet dat.

Kaarten speel je aan jouw zijde van een van de drie locatiekaarten. Elke locatie mag maar drie bosskaarten herbergen en onder elk van die bosskaarten mag je maximaal drie actiekaarten hebben liggen. Elke keer als je een kaart speelt voer je waar nodig de actie uit die er op staat. Je pakt bijvoorbeeld twee casinofiches, of je vernietigt een kaart van je tegenstander. Je kunt er ook voor kiezen om een kaart niet te spelen en af te leggen. Hiervoor krijg je dan een casinofiche.

Zo speel je de zes rondes uit en aan het einde van het spel kijk je wie een locatie controleert. Dat is de speler met de meeste maskertjes op die locatie. Die speler draait de locatiekaart zo dat hij of zij deze goed kan lezen, dit is belangrijk omdat sommige pijltjes naar een specifieke kant en speler wijzen, en alleen die speler krijgt de bonussen die op de locatiekaart staan afgebeeld. Meestal zijn dat punten, maar afhankelijk van de stad waar in je in speelt zou het ook iets anders kunnen zijn.
Na de locatiescorefase scoor je punten voor je bosskaarten, afhankelijk van hoe goed je aan de voorwaarden van die kaarten voldoet. Je krijgt daarna ook punten voor de actiekaarten die je nog hebt liggen, als dat van toepassing is. Als laatste krijg je punten voor de verschillende setjes kunstvoorwerpen die je hebt verzameld. Een setje van 1 is een punt waard, een setje van 2 is drie punten waard en heb je een setje van 3 verschillende kunstvoorwerpsymbolen in je tas, dan krijg je zeven punten.

Alles bij elkaar opgeteld wint de speler met de meeste punten.

 

It’s Mine is een verassing. Een positieve verassing. En niet omdat het er slecht uitziet. Integendeel, ik vind het er juist erg charmant uitzien. Maar het heeft mij verrast, omdat het van een kleine uitgever afkomt en, voor een spel uit 2015, daardoor waarschijnlijk niet de aandacht gekregen heeft die het verdient.

Ik heb het spel aangeschaft tijdens Spiel 2017 en niet eens omdat ik het zo op de radar had staan, maar meer toevallig. Achter een klein tafeltje in een verdomhoekje op de beurs stonden twee mannen en die gaven ons wat uitleg over het nieuwe spel dat ze deze jaargang hadden uitgebracht, Emporion, en, oh ja, we hebben deze ook nog. Beide spellen leken me wel leuk, dus beiden gekocht.

Emporion hebben we in het hotel uitgepakt, dit was toch het nieuwe spel van de uitgever, en gespeeld, maar echt onder de indruk was ik niet. Het was aardig, maar het duurde een beetje lang en ik moet zeggen dat het minitafeltje ook niet de meest ideale speelplek was om dit spel met heel wat kaarten uit te proberen. Het krijgt vast nog wel een herkansing.

Deze ervaring was wellicht wel de reden dat It’s Mine zo lang in de kast bleef staan, maar toen we hem eenmaal gespeeld hadden was ik wel direct verkocht.

De verschillende steden zijn leuk. Elke stad heeft zo zijn eigen manier van spelen, zijn eigen karakter. In Parijs is kunst wat meer waard en in Rome wordt er wat agressiever gespeeld. Ik moet wel zeggen dat het afhankelijk is van welke drie locaties je hebt liggen of de verschillen tussen de steden ook goed uit de verf komt. Heb je namelijk twee standaard locaties liggen en een stadslocatie, dan voel je het verschil wat minder dan wanneer de situatie precies andersom is.

Het draften werkt ook prima trouwens, al hebben ze er in dit spel eigenlijk niet zoveel speciaals mee gedaan om het goed te laten werken voor twee spelers. Het enige bijzondere is dat de startspeler van de ronde, en dit roteert per ronde, eerst een kaart speelt en dan pas de andere speler. Anders dan in vele andere spellen met drafting waar iedereen tegelijkertijd een kaart selecteert, opendraait en speelt.

Het leuke van het spel is vooral om synergiën te creëren tussen de kaarten in de verschillende locaties. Het beste is natuurlijk dat je én de locatie controleert én onder die locatie bijpassende kaarten hebt liggen om punten mee te scoren én ook nog eens bosskaart die daar weer goed bij past. Dat zal niet altijd lukken, soms kun je er ook gewoon voor kiezen om de controle van een locatie aan je voorbij te laten gaan en alleen op je eigen bazen te richten.

Hou hier wel rekening me dat sommige boss- en locatiekaarten je juist punten geven voor de kaarten die je tegenstander heeft liggen onder haar locatie, dus als je weet dat je een locatie niet kunt controleren, zorg dan in ieder geval dat je tegenstander niet veel punten kan krijgen voor alle gele kaarten, bijvoorbeeld, die je aan jouw zijde hebt liggen als haar baas dat aangeeft.

Er zit dus genoeg interactie in het spel. Directe interactie met de rode actiekaarten waar je bijvoorbeeld een kaart van je tegenstander mag verwijderen, maar dus ook indirecte interactie waar de bonus die jij krijgt via bepaalde kaarten afhankelijk is van wat je tegenstander heeft liggen. Ook is het zo, en dit is maar een klein spelelement, dat als je casinofiches mag pakken en deze niet in de voorraad liggen je deze bij je tegenstander mag pakken. Tot een bepaalde hoogte dan, je mag jatten zolang je minder casinofiches in je bezit hebt dan je tegenstander.

Het enige minpuntje van het spel is het regelboek. Ik vind het niet bepaald lekker opgeschreven allemaal. Soms worden dezelfde termen gebruikt, terwijl ze volgens ons iets anders bedoelen, bijvoorbeeld. Dit komt vooral naar voren als je de Engelse tekst met de Spaanse vergelijkt (Ik ben niet diegene trouwens die een beetje Spaans kan, dus probeer geen gesprek met mij aan te gaan. Alhoewel ik alles beleeft met ‘Si’ en een glimlach beantwoord, heb ik geen flauw idee waar je het over hebt.).

Al met al speelt It’s Mine lekker snel, is het beurt na beurt spannend en kun je met de verschillende steden en daarbij horende locatie-eigenschappen lekker variëren.

Ik ben benieuwd hoe Keymaster Games de Kickstarter campagne gaat aanpakken voor de nieuwe editie van dit spel. Meestal betekent dit, een spel uitbrengen via een Kickstarterproject ,dat een spel wordt uitgebreid met heel wat nieuwe spelelementen of spelcomponenten, maar het zou ook zo maar kunnen dat ze besluiten dat wat er in de doos van It’s Mine zit, buiten een net iets andere invulling van het thema, goed genoeg is. Ik hoop in ieder geval dat dit spel een bredere distributie krijgt en daardoor bij meer spellenliefhebbers op tafel kan komen, want het verdient het.

 

It’s Mine heb ik, op het moment van schrijven van deze review, 5x gespeeld.

 


Als je het leuk vindt om de artikelen op As a Board Gamer te lezen kun je ons liken op Facebook, mij volgen op Twitter of op Instagram. Hier vind je veel leuke foto’s van mijn spelavonturen.

Bedankt!


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.